Fysiotherapie Overschie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oedeem

Wat is oedeem?

Oedeem is een overmatige ophoping van vocht in het weefsel tussen de cellen van het lichaam in. Oedeem ontstaat door een verstoord evenwicht in aan- en afvoer van vocht.

Net als de bloedbaan waarin bloed circuleert, heeft het lichaam een lymfstelsel waar lymfe doorheen stroomt. Het lymfstelsel ziet er vergelijkbaar uit met het stelsel voor de bloedsomloop. In tegenstelling tot de bloedcirculatie is het lymfstelsel alleen een afvoerend systeem. Lymfe bevat ongeveer dezelfde bestanddelen als bloedplasma maar heeft een hogere concentratie eiwitten. Als lichaamsarbeid wordt geleverd, neemt de concen

 

tratie eiwitten in het weefsel verder toe.

Vocht wordt door de bloeddruk uit de venen geperst en komt zo in het weefsel terecht. De lymfevaatjes nemen het vocht dat uit de venen wordt geperst uit het weefsel op. Op het kruispunt van grote lymfvaten bevinden zich lymfknopen. De lymfknopen liggen dichtbij organen en op centrale plekken in de armen, benen en nek. Lymfeknopen worden ook wel klieren genoemd. De klieren filteren de lymfe en halen er lichaamsvreemde stoffen uit (bacteriën, kankercellen, celresten, etc.). Deze lichaamsvreemde stoffen komen in de bloedbaan terecht doordat het lymfestelsel en de bloedbaan met elkaar in contact staan. Via de bloedbaan worden de lichaamsvreemde stoffen uitgescheiden door het lichaam. In de lymfklieren worden witte bloedcellen gemaakt die een belangrijke rol spelen in het afweersysteem van het lichaam.

Het hele lymfesysteem valt gemakkelijk te vergelijken met een wegennet en het vocht zijn de auto’s. Als er teveel auto’s zijn en de wegen zijn intakt, zullen de wegen de auto’s niet kunnen verwerken en er ontstaat een file. Zijn het aantal auto’s normaal, maar de wegen zijn beschadigd, dan zal zich ook weer een file vormen. Door middel van kleppen in het lymfesysteem wordt ervoor gezorgd dat het vocht niet terug kan stromen. Het lymfesysteem heeft zijn eigen snelheid waarmee het vocht wordt afgevoerd. De spieren spelen een belangrijke rol als verkeersregelaars en zorgen door middel van aanspannen en ontspannen (bewegen) dat het vocht tegen de zwaartekracht in omhoog wordt gevoerd.

Oedeem is onder te verdelen in:

- pitting oedeem

- non-pitting oedeem.

Bij pitting oedeem blijft er een deukje achter in uw huid, wanneer u een paar tellen met uw duim in uw huid drukt. Bij non-pitting oedeem gebeurt dit niet.

Vormen van oedeem

Lymfoedeem

Lymfoedeem is een abnormale ophoping van eiwitten en vocht in het weefsel door een verstoord aan- en afvoer van vocht. Lymfoedeem ontstaat wanneer er te weinig oedeem door het lymfesysteem wordt afgevoerd. Dit komt door een vermindering in de transportcapaciteit van het lymfesysteem zelf. Een tweede oorzaak kan zijn dat er zoveel vocht in het weefsel zit, terwijl het lymfesysteem goed werkt, dat het oedeem weer via de lymfevaatjes terug in het weefsel stroomt. Het lymfesysteem krijgt dit vocht dus niet verwerkt.

Lymfoedeem wordt onder verdeeld in primair oedeem en secundair oedeem. We spreken van primair oedeem als het oedeem veroorzaakt wordt door een afwijking in het lymfesysteem zelf, die al bij de geboorte aanwezig is. Bij secundair oedeem ligt de oorzaak van oedeemophoping buiten het lymfesysteem. Een trauma van buitenaf is de oorzaak. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verwijderen van lymfklieren na een vorm van kanker om de kans op uitzaaiingen te verkleinen.

Veneus oedeem

Veneus oedeem ontstaat door een te hoge druk in het veneuze gedeelte van de bloedsomloop, waardoor zoveel vocht uit de venen wordt geperst zodat het lymfesysteem dit niet kan verwerken. Bekende oorzaken hiervan zijn bijvoorbeeld hoge bloeddruk, trombose en spataders.

Lipoedeem

Lipoedeem is een ophoping van vet en vocht in het weefsel. Vet is een ophoping van eiwitten. Door de aanwezigheid van vet is de afvoer van het oedeem door het lymfestelsel niet optimaal.

Symptomen

  • Gezwollen lichaamsdeel (pitting oedeem of non-pitting oedeem)
  • Bewegingsbeperking in betreffend lichaamsdeel door oedeem. Door vocht kunnen bandjes verweken, waardoor de stevigheid/ stabiliteit in de gewrichten vermindert. Het kan ook zijn dat het oedeem te veel plaats inneemt, waardoor een beweging niet volledig kan worden gemaakt. Ten slotte kan inactiviteit of een operatie tot bewegingsbeperking leiden in relatie tot oedeem.
  • Pijn
  • Kleurverandering van de huid
  • Huidveranderingen
  • Psychische problemen

Hieronder vindt u een tabel met symptomen, waarmee u de drie vormen van oedeem kunt onderscheiden:

  Venus Oedeem   Lymfoedeem  Lipoedeem

 Kleur

 Blauw bij staan

 Bleek bij staan

 Bleek bij staan

 Consistentie

 Week tot hard

 Week tot hard

 Week

Pitting oedeem/
non-pitting oedeem 

 Pitting oedeem

Varialel tussen
pitting en
non-pitting oedeem 

Non-pitting oedeem 

 Drukpijn

Plaatselijk licht
drukpijnlijk 

Niet drukpijnlijk 

Drukpijnlijk 

Verdeling oedeem 

Tenen blijven
oedeemvrij 

 Overal

Tenen en voetrug
oedeemvrij 

Trofische 
stoornissen

Induratie*, hyper-
pigmentatie, ulcera* 

Hyperkeratose* en
papillomatosis* 

 Geen

Verbetering door
hoog leggen

Ja 

Variabel 

 Nee

  • Induratie: plaatselijke verharding van weefsel door vorming van bindweefsel
  • Ulcera: zweren
  • Hyperkeratose: sterke verhoorning van de opperhuid
  • Papillomatosis: ontwikkeling van vele gezwellen van de huid, soort wratjes

Bij wie moet ik zijn als ik lymfoedeem vermoed?

Als u lymfoedeem vermoedt, kunt u contact opnemen met uw huisarts of behandelend specialist in het ziekenhuis. Onder het kopje 'specialisten' vindt u een overzicht van medisch specialisten die met lymfoedeem in aanmerking komen. Uw huisarts of specialist kan u vervolgens verder verwijzen naar een fysiotherapeut in u omgeving die gespecialiseerd is in oedeemfysiotherapie of een huid- en oedeemtherapeut. Heeft u oedeem door een oncologische oorzaak (kanker) dan kunt u ook terecht bij een gespecialiseerde oncologiefysiotherapeut. Zie voor een therapeut in uw omgeving onder het kopje oedeemfysiotherapeuten of oncologiefysiotherapeuten.

Als u oedeemfysiotherapeutische behandeling nodig heeft, wordt dit door de meeste zorgverzekeraars als chronische indicatie vanuit de basisverzekering vergoed. Niet alle vormen van lymfoedeem worden als chronisch gezien. Als u bijvoorbeeld oedeem heeft na een klein trauma van buitenaf (bijvoorbeeld omgezwikt met de enkel) wordt oedeemfysiotherapie vergoedt via uw aanvullende verzekering. Vraag bij uw zorgverzekeraar of oedeemtherapeut na of oedeemfysiotherapie bij u wordt vergoed!

Onderzoek

Een oedeemfysiotherapeut voert het volgende onderzoek uit:

  • Vraaggesprek om al uw klachten goed in beeld te brengen.
  • Inspectie: hoe is uw houding en hoe ziet het oedeemgebied er aan de buitenkant uit?
  • Palpatie: welke veranderingen zijn voelbaar?
  • Volume meting van het oedeem: zo kan men in de tijd controleren of het oedeem is afgenomen of toegenomen. Het oedeemgebied wordt met uw gezonde lichaamszijde vergeleken.
  • Eventueel gewicht, lengte en een foto van oedeemgebied
  • Functieonderzoek: onderzoek naar bewegingsbeperkingen, pijn tijdens moment van bewegen, kracht, uithoudingsvermogen en eventueel ademfunctie.

Classificatie lymfoedeem:

Stadia van lymfoedeem volgens de ‘International Society of Lymphology’ (International Society of Lymphology. The diagnosis and treatment of peripheral lymphedema. 2009 Concensus Document of the International Society of Lymphology. Lymphology. 2009 Jun;42(2):51-60.)

Stadium 0         Subklinisch stadium, geen zwelling zichtbaar ondanks verminderd lymfetransport: dit stadium kan maanden of jaren bestaan voordat lymfoedeem manifest wordt   

Stadium I          Accumulatie van interstitiëel vocht, wat vermindert door hoog leggen. In dit stadium kan het oedeem pitting zijn           

Stadium II
         Hoog leggen vermindert nauwelijks de zwelling en het oedeem is duidelijk pitting    

Laat stadium II
  Pitting is duidelijk aanwezig door fibrosevorming in het oedeem          

Stadium III
       Het weefsel voelt hard aan (fibrotisch) en pitting is niet meer aanwezig. Er treden huidveranderingen op als verdikking, hyperpigmentatie, meer huidplooien, vetdeposito en wratachtige woekeringen. 

Een andere gangbare classificatie is:

0 – 10 % verschil : gering of pre-oedeem
10 – 20 % : matig oedeem
20 – 40 % : sterk oedeem
40 – 80 % : massief oedeem
80 – 160 % : elephantiasis-oedeem
160 % of meer : monstrueus oedeem

    Aan het einde van het onderzoek kan een oedeemfysiotherapeut het volgende in kaart brengen:

    • stoornissen
    • beperkingen
    • problemen bij bijvoorbeeld dagelijkse persoonlijke verzorging, werk, hobby’s en sport
    • psychologische en sociale aspecten.

     

    Behandeling

    Oedeemfysiotherapie maakt gebruik van verschillende behandelvormen. De oedeemfysiotherapeut zal gebruik maken van manuele lymfdrainage, oefentherapie, ademhalingsoefeningen, compressietherapie in de vorm van bandageren/zwachtelen en later een therapeutisch elastische kous, adviezen m.b.t. huidverzorging en leefregels. Therapeutisch elastische kousen (‘steunkousen’) en steunmaterialen worden aangemeten en verstrekt door aanmeetpunten. Meestal zijn dit orthopedische leveranciers, oedeemfysiotherapeuten en huid- en oedeemtherapeuten. Vochtafdrijvende tabletten kunnen eventueel door de huisarts of behandelend specialist worden voorgeschreven, maar helpen niet bij alle soorten oedeem. Voor de behandeling is een goede afstemming van de therapieën van de verschillende behandelaars nodig om tot een goed eindresultaat te komen.

    Manuele lymfdrainage

    Manuele lymfedrainage is een specifieke massagetechniek die gericht is op verhoging en ondersteunen van de transportcapaciteit van het lymfestelsel. Door gebruik te maken van bepaalde handgrepen kan het vocht verplaatst worden naar gebieden in het lichaam waar het lymfesysteem nog intact is, zodat het daar uit in de circulatie kan worden opgenomen. Ook zijn er specifieke handgrepen om bindweefselachtige verhardingen in het weefsel los te maken.

    In de volgende situaties mag u geen manuele lymfdrainage krijgen:

    • acute ontsteking
    • huidontstekingen op basis van radiotherapie
    • acute trombose
    • bij aanwezigheid van tumoren
    • te snel werkende schildklier; ziekte van Basedow
    • sinus caroticus syndroom.

    Er bestaat een discussie tussen verschillende opleidingen over wanneer men mag starten met manuele lymfdrainage na chemotherapie en/of bestraling. Sommige zeggen dat men meteen mag beginnen met de therapie, omdat de kans op verspreiding van een tumor via het lymfesysteem gering is. Er zijn ook opleidingen die zeggen dat men mag starten met de therapie 6 weken na het beëindigen van de laatste bestraling of chemotherapie. Tot de 6e week na de laatste chemotherapie of bestraling kunnen nog steeds tumorcellen in het lichaam aanwezig zijn, die zich via het lymfsysteem zouden kunnen verspreiden.

    Bandageren/ zwachtelen

    Door middel van het aanleggen van bandages wordt van buiten af een continue druk aangebracht die het uittreden van vocht tegengaat en de afvoer van lymfvocht ondersteunt. De bandages worden aangelegd als er nog geen stabiele situatie in de waterhuishouding is bereikt. Er zijn veel verschillende zwachtelmaterialen van diverse fabrikanten op de markt. Wanneer de omvang van de arm of het been stabiel is, kan een therapeutisch elastische kous worden aangemeten.

    Lymf tape

    Dit is een nieuwe techniek die bandageren/ zwachtelen kan ondersteunen. Hierbij worden circulair dunne strookjes tape om het oedeemgebied gelegd. Deze tape wordt richting gezond afvoergebied aangebracht. De tape heeft een elasticiteit die gelijk is aan die van de huid. Door te bewegen tilt de tape de huid en onderliggend weefsel op en wordt het vocht afgevoerd. Het voordeel van deze tape is dat het prettiger aanvoelt dan bandageren, men kan zich beter bewegen en het ligt dun op de huid, waardoor men kleren en schoenen gemakkelijker aan krijgt.

    Zie voor meer informatie: www.fysiotape.nl

    Lymfpress

    Bij een lymfpress wordt een manchet om de arm of been gelegd. Deze manchet vult zich van onder naar boven met lucht, waardoor druk ontstaat en lymfoedeem wordt afgevoerd. Dit is een ondersteunende therapie gevolgd op manuele lymfdrainage.

    Therapeutisch elastische kousen (‘steunkousen’)

    Steunkousen zijn er voor de armen en benen. Er bestaan kousen voor de hele arm of been en kousen voor onderarm en onderbeen. Voor de benen bestaan er ook panty’s. Een steunkous kan pas aangemeten worden wanneer het oedeemgebied zo dun mogelijk is. Gebeurt dit niet, dan bestaat de kans op een soort jojo-effect. Door de druk van de steunkous zal het oedeemgebied dunner worden, maar doordat de steunkous niet op het dunste moment is aangemeten, heeft het oedeem weer genoeg ruimte om weer toe te nemen. Laat een steunkous altijd door een hiervoor gespecialiseerd persoon aanmeten, want de kous moet op elke plek de juiste druk uitoefenen!

    Er bestaan twee verschillende soorten kousen, te weten vlakbrei en rondbrei. Deze steunkousen zijn verkrijgbaar in drukklasse I t/m IV. Drukklasse I wordt niet door de zorgverzekering vergoed; deze zijn als confectiekousen in de winkels verkrijgbaar. Kousen in drukklasse II en III worden zowel op maat als in confectie gemaakt. Steunklasse IV wordt alleen op maat geleverd. De vergoeding en eventuele eigen bijdrage kan per zorgverzekering verschillend zijn. Over het algemeen worden twee paar kousen per 14 maanden vergoed. Eerst wordt één paar aangemeten en als dit goed zit, wordt het tweede paar na een half jaar aangemeten.

    Drukklasse I: licht effect op oppervlakkige afvoersysteem

    • voorkoming van lymfoedeem
    • lichte spataderen
    • hoge bloeddruk bij rechtopstaande houding

    Drukklasse II: matig effect op oppervlakkige afvoersysteem

    • veneuze insufficiëntie met lichte neiging tot oedeem
    • bindweefselvorming en/ of operatie van spataderen
    • chronische veneuze insufficiëntie graad I en II
    • lymfoedeem van de arm

    Drukklasse III: effect op oppervlakkige en diepe afvoersysteem

    • uitgebreide spataderen met oedeem
    • chronische veneuze insufficiënte graad II en III
    • gering post-trombotisch syndroom
    • lymfoedeem van het been stadium I
    • ernstig lymfoedeem van de arm

    Drukklasse IV: versterkt effect op het diepe afvoersysteem en andere structuren

    • uitgebreid post-trombotisch syndroom
    • lymfoedeem van het been stadium II en III

    Vlakbrei
    Vlakbreikousen zijn vlak gebreid en hebben dus een naad. De kousen moeten voor het slapen gaan uitgetrokken worden. Deze kousen worden in de volgende situaties toegepast:

    • Meestal aandoening van lymfesysteem;
    • Indien een exacte, optimale drukdosering vereist is;
    • Bij grote omvangverschillen langs het been of de arm;
    • Bij bijzondere uitvoeringen, zoals tenen, vingers, schuine voeten en bochten;
    • Als altijd kousen moeten worden gedragen; door het gebruik van katoen hebben vlakbreikousen een normaal vocht- warmtetransport;
    • Als er aantrekproblemen zijn; de vlakbreikousen zijn gladder en het smalle deel boven de enkel is niet door voorspanning verkregen, dit komt de levensduur ook ten goede.

    Rondbrei:
    Rondbreikousen zijn rond geweven en hebben dus geen naad. Deze kousen worden in de volgende situaties toegepast:

    • Veneuze aandoeningen;
    • Indien kousen niet altijd dagelijks gedragen hoeven te worden;
    • Als het cosmetische effect zwaarder weegt da de medische noodzaak;
    • Als blijvend crèmes of zalven gebruikt moeten worden.

    Thoraxbandage:

    Onlangs werd een"Drainage thoraxbandage" (DTB) ontwikkeld voor vrouwen met een borstkankerdiagnose. De DTB is bestemd voor die groep vrouwen die problemen hebben met de afvoer van wond-en lymfvocht na een borstkankeroperatie. De DTB is een therapeutische compressiebandage en als zodanig geregistreerd. De compressie is vergelijkbaar met een orthopedische drukklasse 2. De DTB is voor ophoping van lymfvocht in oksels, middenrif, buik en ter hoogte van de schouderbladen.

    Zie voor meer informatie www.lymphcomfort.nl  

    Oefentherapie

    Aanleren juiste ademhaling

    Door het aanleren van een juiste ademhalingstechniek kunnen we de veneuze en lymfogene afvoer beïnvloeden. De ademhaling werkt als een soort druk-zuigpompmechanisme, waardoor het ondersteunt lymfoedeem af te voeren.

    Bewegen

    Door te bewegen spannen en ontspannen de spieren zich. Dit aanspannen en ontspannen van de spieren heeft een pompfunctie als effect. De spieren ondersteunen door hun pompfunctie de lymfafvoer tegen de zwaartekracht in en in de stroomrichting van het lymfsysteem. Als mensen door hun ziekte langere tijd in bed moeten blijven, en hun spieren dus weinig gebruiken, kunnen ze op den duur last krijgen van oedeem. Dit zelfde geldt voor mensen die de hele dag of langere tijd op een stoel zitten. Zij blokkeren door de buiging in de knieën lokaal de lymfafvoer en door inactiviteit van de spieren zal hierdoor ook oedeem ontstaan.

    Bewegen heeft ook een positief effect op het algeheel lichamelijk welbevinden. Door te bewegen komt er een stof vrij in de hersenen, waardoor we ons beter in ons vel voelen. Bewegen werkt ook zeer positief voor mensen die voor een tumor worden behandeld. Dit is vaak een zeer intensieve en zware periode voor de patiënt. Het is bewezen dat als mensen in deze periode aan sport/ bewegen doen, dat ze dan beter door deze zware periode heen komen.

    Door te bewegen wordt de aanmaak van nieuwe lymfvaatjes bevorderd.

    Teveel bewegen of bewegen met een te hoge intensiteit kan ook een negatief effect hebben op de lymfafvoer. Door lang en entensief bewegen stijgt de bloeddruk. Door het stijgen van de bloedruk zal er meer vocht uit de bloedbaan treden, met als gevolg vergrootte kans op oedeem. Het is zeer belangrijk dat de oedeemfysiotherapeut u oefeningen goed doseert.

    Adviezen en leefregels

    Voorkom beschadigingen van de huid

    Via wondjes kunnen bacteriën het lichaam binnendringen. Hierdoor kunnen ontstekingen ontstaan, waardoor de lymfaanmaak zal toenemen.

    Adviezen:

    • Vermijd bloedprikken of injecties aan de geopereerde/ aangedane zijde.
    • Draag bij klussen waarbij u risico van huidbeschadiging oploopt beschermende handschoenen (indien oedeem in de arm). Bijvoorbeeld bij werk in huis en tuin.
    • Gebruik bij het ontharen liever geen scheermesjes en wees alert op irritaties van de huid door ontharingscrèmes.
    • Voorkom insectenbeten en krab insectenbeten niet open.
    • Vermijd zonverbranding.
    • Wees voorzichtig met huisdieren (pas op voor krabben en beten).

    Voorkom overmatige inspanning/ overbelasting

    Door teveel of te lang bewegen en te zwaar of te lang te tillen, ontstaan in de spieren veel afvalstoffen. Om deze afvalstoffen weer te kunnen afvoeren, wordt extra lymfevocht aangemaakt.

    Adviezen:

    • Vermijd het tillen van zware voorwerpen en het dragen van zware tassen (indien oedeem in de arm aanwezig is).
    • Laat uw arm niet de hele tijd hangen tijdens bijvoorbeeld wandelingen (indien oedeem in de arm aanwezig is).
    • Lichte inspanning waarbij u lang in een zelfde lichaamshouding zit (zoals computerwerk en breien) kunt u beste onderbreken met pauzes.
    • Zoek balans tussen inspanning en rust, neem regelmatig pauzes en verdeel lichamelijke inspanning over de dag.
    • Vermijd sporten waarbij u onbeheerste of abrupte bewegingen maakt, zoals bij volleybal. Wanneer u tennist of golf speelt, doet u dit dan rustig en beheerst.

    Blijf in beweging

    Door pijn of angst om te bewegen is het mogelijk dat u te weinig beweegt en zelfs ontziet. Als u de spieren te weinig aanspant, vermindert het spierpomp mechanisme en wordt de afvoer van het lymfevocht beperkt. Blijf zoveel mogelijk normaal bewegen en licht sporten om onderbelasting te voorkomen.

    Let op temperatuur

    Langdurig verblijf in extreme koude of warme ruimten en/of het ondergaan van grote temperatuurverschillen veroorzaken een toename van lymfevocht.

    Adviezen:

    • Wees voorzichtig met heet baden, douchen en saunabezoek.
    • Nooit met het aangedane lidmaat in de zon gaan liggen.
    • Afwassen kan al een grote warmteprikkel zijn. Draag tijdens het afwassen handschoenen (indien oedeem in de arm aanwezig is).
    • Draag bij koud weer handschoenen (indien oedeem in de arm aanwezig is).

    Voorkom afknelling

    Afknellende voorwerpen belemmeren de afvoer van het lymfe.

    Adviezen:

    • Vermijd bloeddruk meten aan de geopereerde arm (indien oedeem in de arm aanwezig is).
    • Vermijd het dragen van knellende kleding, zoals bh-bandjes, mouwophouders, sokken en strakke schoenen. Indien kleding afknelt, kun je dit oplossen door bijvoorbeeld een opgevouwen zakdoek of een stukje rubber onder de knellende plek te doen, zodat de druk beter verdeeld wordt.
    • Draag geen zware rugzak (indien oedeem in de arm of op de romp aanwezig is).
    • Niet te lang zitten met de knieën boven de enkels of met de voeten onder de stoel (indien oedeem in het been). Hierdoor wordt de lymfafvoer in de knieholte afgekneld.
    • Bevorder de afvoer van lymfvocht
    • Merkt u dat de arm, schouder of been na bepaalde activiteiten iets dikker wordt, stijver aanvoelt, pijnlijk of rood is dan kunt u het volgende doen:
    • Uw arm of been ontspannen hoog leggen.
    • Als u gaat slapen uw arm of been op een kussen leggen.
    • De arm of het been regelmatig licht bewegen.

    Onderstaande oefeningen doen na overleg met de behandelend therapeut.

    Oefening arm:

    • Elke oefening rustig/ langzaam uitvoeren en 10 keer herhalen! Doe deze oefeningen meerdere keren op een dag en maak een keuze uit enkele oefeningen!
    • Draai grote cirkels met gestrekte armen vanuit de schouders, draai bijvoorbeeld voorwaarts, achterwaarts, voorlangs omhoog en zijwaarts omlaag en andersom.
    • Buig en strek de ellebogen.
    • Draai de onderarm met handpalm naar beneden naar boven (alsof men een lamp in draait).
    • Draai rondjes met de polsen links- en rechtsom.
    • Maak en vuist en spreidt vervolgens de vingers.

    Oefening been:

    • Elke oefening rustig/ langzaam uitvoeren en 10 keer herhalen! Doe deze oefeningen meerdere keren op een dag en maak een keuze uit enkele oefeningen!
    • Zwaai het been naar voor en naar achter.
    • Buig en strek het been.
    • Draai rondjes met de enkels links- en rechtsom.
    • Buig en spreidt de tenen.

    Operatieve mogelijkheden bij borstreconstructie

    Het doel van een borstreconstructie is een borst te maken die de vorm en grootte van de andere borst of van de preventief verwijderde borsten zo goed mogelijk benadert.

    Een borstreconstructie kan korte tijd of vele jaren na de borstamputatie plaatsvinden. De keuze van tijdstip is afhankelijk van medische factoren, van uw persoonlijke voorkeur en de mogelijkheden van het ziekenhuis waar de borstreconstructie plaatsvindt.

    Medische factoren die een belangrijke rol spelen zijn

    • Uw algehele gezondheid
    • De genezing van het litteken na de amputatie. Het litteken moet soepel zijn. Het kan een jaar tot anderhalf jaar duren voordat dit het geval is.
    • Bestraling (radiotherapie). Sommige vrouwen krijgen na de amputatie bestraling. Dat kan leiden tot de toename van bindweefsel en tot beschadiging van de huid en de daaronder gelegen borstspier. Het weefsel wordt kwetsbaar, een borstreconstructie wordt moeilijker en er is een groter risico op complicaties. Bestraling kan daarnaast verkleuring van de huid veroorzaken.
    • Chemotherapie. Na een borstamputatie kan chemotherapie nodig zijn. Chemotherapie beschadigd ook gezonde cellen. Als de chemotherapie is afgelopen, herstelt het lichaam meestal vanzelf.

    Er zijn verschillende methoden voor een borstreconstructie. Voor verdere informatie en een uitgebreide beschrijving van elke methode verwijzen wij u naar een folder van KWF KANKER BESTRIJDING ‘Borstreconstructie’.

     

    maart 2011

     

    Bron: www.fysionet.nl